Stappenplan formatie 2010-2011


Boventalligheid en Vacatureruimte
 
Een stappenplan
 
Inleiding
In bijgaande notitie vindt u de procedure die we volgen als het gaat om herplaatsing van groepsleerkrachten die door daling van leerlingenaantal boventallig (dreigen te) worden.
 
In feite kan de notitie worden gezien als een eerste aanzet om te komen tot een meer omvattend sociaal beleidskader. Onderdeel van dat beleidskader zal moeten zijn een reglement werkgelegenheidsgarantie. Beleidskader en reglement zijn op dit moment in ontwikkeling. Voorjaar 2009 willen we een en ander ter bespreking en goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering.
 
De bestaande regelingen zijn toe aan een upgrading en aanpassing aan veranderde situaties. Dat vraagt om een heldere, transparante en haalbare regeling. In de huidige, al jarenlang bestaande regeling, zitten een aantal onduidelijkheden die moeten worden opgelost.
 
Het doel van deze notitie is om een procedure vast te leggen die geldt tot het moment dat het sociaal beleidskader door de Algemene vergadering is geaccordeerd.
 
De besturen en het PON zijn, meer concreet, verantwoordelijk voor:
- het beschikbaar hebben van een geactualiseerd meerjaren bestuursformatieplan
- tijdige informatie aan de medewerkers over de mogelijke personele gevolgen van boventalligheid
- een PON-brede inzichtelijke herplaatsingsprocedure en een actieve begeleiding en ondersteuning daarbij
- verplichte melding van vacatureruimte door de besturen bij het PON
- indien nodig het ontwikkelen van flankerend beleid
- het in stand houden van een budget om herplaatsing te faciliteren en mogelijk te maken
- geen externe werving alvorens alle gedwongen herplaatsingen zijn gerealiseerd
 
De medewerkers zijn in het verlengde van het bovenstaande verantwoordelijk voor:
- een actieve bijdrage aan de herplaatsing
- een flexibele opstelling bij de herplaatsing
- bereidheid om nadere scholing te volgen om de herplaatsing tot een succes te maken
- bereidheid om een passende functie te aanvaarden
 
Het PON draagt zorg voor een goede coördinatie en uitvoering van de op herplaatsing gerichte activiteiten. Die activiteiten betreffen onder meer:
- het verzamelen van gegevens met betrekking tot leerlingenaantallen
- het analyseren van de beschikbare gegevens op formatie-overschot en formatietekort
- het voeren van gesprekken met besturen over oplossing en aanpak van boventalligheid
- het voeren van gesprekken met groepsleerkrachten die gedwongen herplaatst dienen te worden
- het voeren van gesprekken met groepsleerkrachten die in aanmerking wensen te komen voor vrijwillige mobiliteit
- het voeren van gesprekken met besturen waar sprake is van vacatureruimte
- het matchen van vraag naar groepsleerkrachten met het aanbod van groepsleerkrachten voor gedwongen en vrijwillige mobiliteit
- gevraagde en ongevraagde advisering van PON op bovenstaande terreinen. 
 
Hierna volgt de beschrijving van de te volgen procedure.
 
Het stappenplan
Het stappenplan geeft de stappen aan die de verschillende participanten binnen het PON achtereenvolgens zetten binnen een afgebakend tijdspad om te komen tot een juiste vaststelling van boventalligheid alsmede het realiseren van vrijwillige of gedwongen overplaatsing om tot een evenwicht te komen tussen formatieve ruimte en aantal leerlingen.
 
We spreken van boventalligheid als de beschikbare formatieve ruimte in enig jaar ( met nu als uitgangspunt de leerlingentelling van 1 oktober 2008) wordt overschreden door vermindering van het aantal leerlingen
 
We spreken van vacatureruimte als op grond van diverse factoren (stijging leerlingenaantal, meer ruimte om formatie in te vullen, bapo, vermindering wtf enz) in enig jaar de bestaande formatie niet voldoende is.
 
Boventalligheid kan leiden tot gedwongen overplaatsing.
Gedwongen overplaatsing komt voor in die situaties waarbij sprake is van boventalligheid op bestuursniveau en het bestuur niet in staat is om binnen het bestuur de boventalligheid op te lossen
 

Stap 1: Verzamelen gegevens leerlingentelling van 1 oktober per school, per bestuur
 
Uitvoering: CABO en PON
 
Melding aan: PON
 
Tijdstip: voor 15 oktober 2009
 
Stap 2: Analyse leerlingentelling op formatieve consequenties
Medio november zijn de leerlingentellingen van 1 oktober 2009 en de gegevens van de telling van het voorafgaande jaar door het PON verzameld en geanalyseerd. Hierdoor krijgt het PON zicht op de formatiesituatie (zowel tekort als overschot) binnen de besturen van het Personeelscluster Oost Nederland.
 
Uitvoering: PON
 
Tijdstip: medio november 2009
  
Stap 3: Op basis van de analyse uit stap 2 worden afspraken gemaakt met bovenschoolse directeuren en directeuren éénpitters.
Gespreksonderwerpen:
-  het bespreken van de resultaten van stap 2
-  het vaststellen van onzekere variabelen die van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke boventalligheid of van vacatureruimte
-  het bespreken van de aanpak van boventalligheid.
De opbrengst is een overzicht met leerkrachten, die niet binnen het eigen bestuur kunnen worden herplaatst omdat er geen formatieruimte (meer) beschikbaar is. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het formulier “Formatie 2010-2011”
-  Het bespreken van vacatureruimte.
De opbrengst is een beeld van de formatieve ruimte die er is (bijv. ontstaan door groei leerlingenaantal, taakvermindering van een van de personeelsleden, vertrek van leerkrachten). Zie ook het formulier “Formatie 2010-2011”
-  Voor zover mogelijk is bekend aan welke kwalificaties iemand moet voldoen die de vacatureruimte gaat invullen (profielschets vacature).
-  Vrijwillige mobiliteit kan een belangrijke hefboom zijn om formatieproblemen op te lossen. Daarom is het van belang te weten welke leerkrachten in aanmerking willen komen voor overplaatsing naar een andere school op vrijwillige basis. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het “ Mobiliteitsformulier”, dat wordt ingevuld door de betreffende medewerker.
 
Resultaat van het gesprek/de gesprekken is een plan van aanpak
- voor het oplossen van boventalligheid middels vrijwillige of gedwongen mobiliteit
- hoe de vacatureruimte wordt ingevuld
 
Uitvoering: PON en bovenschoolse directeuren en directeuren éénpitters
 
Tijdstip: november-december 2009 en januari-februari 2010.
 
Melding: Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd door PON en gestuurd naar het betreffende bestuur.
 
Om goed in te kunnen spelen op een veranderende situatie heeft het PON steeds de meest actuele gegevens nodig. Het is dus belangrijk dat, zodra er zich veranderingen voordoen in de formatieruimte (zowel meer als minder) deze terstond door het betreffende bestuur of directeur bij het PON worden gemeld (m.keizer@ponprimair.nl )
 
Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat eerst binnen het eigen bestuur alle mogelijkheden worden onderzocht om binnen het bestuur de formatieve knelpunten op te lossen. 
  
Stap 4: Aanpak formatieve knelpunten: februari-maart-april 2009
Het PON is sterk afhankelijk van de inzet en medewerking van de besturen. Het is alleen een ‘samen-aanpak’, soms geven en soms nemen, die tot een bevredigend resultaat kan leiden. Daarbij gaat het om het vinden van een goede balans tussen de belangen van de onderscheiden besturen en de belangen van de medewerkers die met vrijwillige dan wel gedwongen mobiliteit te maken krijgen. Voorop staat dat de besturen tijdig en volledig de informatie aanleveren die noodzakelijk is om de herplaatsingen uit te voeren.
 
Het PON is verantwoordelijk voor een goed en zorgvuldig verloop van de plaatsingsprocedure.
 
4.1.  Vaststelling leerkracht voor wie verplaatsing nodig is
Bij het vaststellen, van wie voor onvrijwillige overplaatsing in aanmerking komt, wordt uitgegaan van het voor het betreffende bestuur geldende ontslagbeleid dan wel werkgelegenheidsbeleid. Alleen leerkrachten met een vast dienstverband per 1 januari 2010 komen in aanmerking. Tijdelijke leerkrachten krijgen geen verlenging van dienstverband bij het betreffende bestuur. 
 
De bovenschoolse directeur dan wel directeur éénpitter verstrekt het PON de volgende gegevens:
-  De gegevens van de leerkracht(en) die in aanmerking komt(en) voor gedwongen overplaatsing
- De informatie waaruit blijkt hoe binnen het betreffende bestuur de afvloeiing is geregeld.
- De informatie van het administratiekantoor waaruit blijkt dat de genoemde leerkracht(en) de aangewezen persoon is (zijn) (volgens de voor het bestuur geldende afvloeiingsvolgorde) die moet(en) worden verplaatst.
- De gegevens van de leerkracht(en) die er op vrijwillige basis voor kiest (kiezen)
om naar een andere school/bestuur te worden verplaatst.
 
Uitvoering: bestuur
 
Tijdstip: 1 februari 2010
 
4.2.  Het PON voert gesprekken met de aldus aangewezen leerkrachten om de kwaliteiten van de leerkrachten zo goed mogelijk in kaart te brengen.
Hierbij kan gebruik worden gemaakt van gedragsgericht/competentiegericht interview en e-assessment. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van COSMO. De gesprekken worden vastgelegd in een korte rapportage.
 
Uitvoering: PON
 
Tijdstip: februari-maart-april 2010
 
Melding: vastlegging in korte rapportages 
 
4.3. Het PON voert gesprekken met bovenschoolse directeuren, directeuren van scholen waar vacatureruimte is om de inhoud van de functie en de eisen die gesteld worden helder te krijgen. Ook de resultaten van deze gesprekken worden vastgelegd in een bondig verslag.

Uitvoering: PON en besturen
 
Tijdstip: februari-maart-april 2010
 
Melding: kort verslag
 
4.4. Op basis van 4.2. en 4.3. wordt de best mogelijke match gemaakt tussen de leerkracht die moet of wil worden verplaatst en de functie die bestaat op een school met formatieve ruimte. Het PON zal zowel naar de betreffende leerkracht als naar de ‘ontvangende’ school motiveren waarom sprake is van een ‘best mogelijke match’. Uiteraard wordt de betreffende school nauw betrokken bij het maken, bespreken van de match.
 
Uitvoering: PON in nauw overleg met besturen en directeuren
 
Tijdstip: april 2010
 
Melding: vastleggen van resultaat gesprekken
 
4.5. Vervolg en afronding
Is de procedure eenmaal afgerond, dan is de nieuwe collega bekend. Er wordt een start gemaakt met het inwerken. Betrokkenen (het individuele personeelslid, de ontvangende school en de “oude” school) maken hierover zo snel mogelijk nadat de procedure is afgerond samen afspraken. 
Alle formele activiteiten, behorende bij een benoeming van een leerkracht worden op school en/of bestuursniveau afgehandeld.
 
Uitvoering: besturen en directies
 
Tijdstip: vanaf april 2010
 
Melding: vastleggen resultaat en melding naar PON


Realisatie: A&M ImpacT