Dekkingsgraad ABP fors lager
De dekkingsgraad van het pensioenfonds ABP is gedaald van 112% naar 90%. Meegroeien van de pensioenen in 2012 met de gemiddelde loonstijging bij overheid en onderwijs wordt bijna onmogelijk, laat het ABP weten. Financiële positie ABP is verslechterd De dekkingsgraad van ABP is in het derde kwartaal fors gedaald van 112% naar 90%. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de dalende rente. Met die rente moeten pensioenfondsen hun verplichtingen, de pensioenen van nu en in de toekomst, waarderen. Een dekkingsgraad van 90% betekent dat tegenover elke € 100 die ABP nu en in de toekomst uitbetaalt een vermogen van € 90 beschikbaar is. Wat betekent dit voor de pensioenen? Het meegroeien van de pensioenen in 2012 met de gemiddelde loonstijging bij overheid en onderwijs wordt bijna onmogelijk, laat het ABP weten. Gevolg is dat de koopkracht daalt. “Het betekent concreet dat mensen met een pensioenuitkering het in hun portemonnee voelen op het moment dat bijvoorbeeld de huur of de benzineprijs stijgt,” zegt Roelf van der Ploeg, beleidsadviseur Pensioenen en AOb-rayonbestuurder. Voor werkenden betekent dat het tot nu toe gespaarde pensioen ook minder gewaardeerd wordt, maar die voelen het nu (nog) niet. En verder? Wanneer de dekkingsgraad (geeft een indicatie voor de vermogenspositie van een pensioenfonds) lager dan de wettelijk toegestane 105 procent is, moeten de pensioenfondsen maatregelen nemen. De stand van de dekkingsgraden op 31 december 2011 is daarbij doorslaggevend. Als de dekkingsgraad niet op korte termijn aantrekt, overweegt het ABP ook aanvullende maatregelen zoals extra premie of het verlagen van de pensioenen. Van der Ploeg: “Als de situatie zo blijft, moet er een herstelplan opgesteld worden om boven de 105% uit te komen. Maar dit is een dikke als. Het is nu nog niet aan de orde. Nog geen half jaar geleden stond de dekkingsgraad nog op 112%.” Pas eind december wordt vastgesteld of er en welke maatregelen nodig zijn, afhankelijk van de dekkingsgraad op dat moment. |
